eindtoets, Kwartaal 2

#JESUISCHARLIE

Afgelopen week werd de wereld getroffen door het onoverkomelijke nieuws dat er een aanslag is gepleegd op de redactie van het satirische blad Charlie Hedbo. Aangezien de meeste woorden al zijn uitgesproken en ik het overbodig vind om in een roes te raken van nationale rouw – met de MH17 nog in het geheugen – wil ik er verder niet te veel op ingaan. Afgelopen donderdag werd ik samen met een aantal medestudenten  over dit onderwerp geïnterviewd door het HR studentenblad ‘Profielen’. De tekst vind je hier.

In de tekst zeg ik dat het “van veel intelligentie vergt om nu het vertrouwen in de mensheid te behouden,” en dat is ook het standpunt wat ik voor ogen wil houden. Generaliseren en 1 waarheid aannemen is juist hetgeen wat je nu niet moet doen. Er is geen theorie of nieuwsbericht of zelfs profeet die patent heeft op de waarheid. Je moet kritisch naar de rol van de wereldleiders hierin kijken, hoe het jou beïnvloed en hoe je mensen na dit incident behandeld kijken. Naast de 12 doden zijn ook vele onschuldige mensen onbewust slachtoffer geworden, en dat kan wel worden vastgesteld.

Standaard
eindtoets, Kwartaal 2

Hyperdepyper journey

Het filmpje is de deur uit, en we knallen er gewoon “gezellig” weer een nieuwe desalniettemin enigszins onduidelijke opdracht in voor eindtoets in. Het maken van een hyperjourney – naast het proces en schrijfonderdeel. Dit zijn de onderdelen voor deze hyperjouney a.k.a. digitale presentatie:

4. Digitale eindpresentatie gebaseerd op inhoud, vorm, media, (tentoonstellings)ruimte & context.

  • Laat zien welke mogelijkheden u interessant vond in de ruimtes van het museum die u hebben geholpen bij het ontwerpen van uw Interactieve Transmediale Concept.
  • Toon een schematisch overzicht van de tentoonstelling (plattegrond, axonometric, bird’s eye view) met daarin aangegeven de hotspots waar interactie plaatsvindt met uitleg van de inhoud van die interactie.
  • Maak visualisatie van de technologie die wordt gebruikt in de installatie (video, touchables, mobile, apps, google glass, augmented reality, second screen, qr codes, print, bluetooth etc.)
  • Definitieve flow-chart van hoe de bezoeker door de ruimte navigeert.
  • 4 Photoshop mockups die een impressie geven van wat de bezoeker/kijker ervaart bij de interactieve delen van uw Hyperjourney.

Ik dacht bij mijn museum aan een soort vicieuze cirkel: Het zilvermuseum bestaat namelijk uit 3 verdiepingen. op de begaande grond kun je als zilversmid een ruimte afhuren om je ambacht voort te zetten. Op de 1e verdieping vind de reguliere expositie plaats, met al het zilveraanbod. Daarboven kun je als kind weer zelf met zilver aan de slag om een zilveren ringetje o.i.d. te maken. Het begint dus bij de ambacht, dan wordt deze productie geexposeerd, en vervolgens maken kinderen ook kennis met zilver, waardoor er wellicht een interesse voor het vak opgewekt kan worden en zij misschien ook wel naar de zilverschool gaan.

Qua inspiratie ben ik nog een beetje zoekende. Gister zag ik dat vanaf 12 april Game of Thrones weer op televisie komt (YAY!) en moest ik weer aan de intro van het programma denken. Hierin zie je ook hoe door metaalelementen en hout e.d. de verschillende steden waar GOT plaatsvind uit de grond worden gestampt. Ik weet niet hoe dit toe te passen is op de hyperjourney, maar zag een overeenkomst tussen de gelaagdheid van het museum en de intro van GOT:

Standaard
eindtoets, Kwartaal 2

Draft

Morgen moeten we een proefversie inleveren voor de uiteindelijke essay. Ik heb gekozen voor “Shampoo – omdat u het waard bent”, als onderwerp – omdat ik vind dat we aardig genaaid worden door het grootste cosmeticaconcern ter wereld – L’oreal – terwijl de realiteit is dat we shampoo niet eens zozeer nodig hebben. Het is nu nog een soort van blob van onsamenhangende informatie, maar in de uiteindelijke essay schep ik natuurlijk wat meer overzicht en nuance d.m.v. bronnen:


Dat het merendeel van de producten die we dagelijks gebruiken, in handen zijn van een aantal grote bedrijven (Coca-Cola, KRAFT, Nestlé, P&G, Johnson & Johnson, Unilever, MARS, Pepsico, Keloggs, etc.) is inmiddels wel bekend. De tandpasta die je gebruikt komt wellicht van dezelfde lopende band als waar je smeerkaas voor op brood vandaan komt.
Echter hebben het merendeel van deze bedrijven een “voedende” functie. Maar er is er een bedrijf wat al jaren wegkomt met het maken en verkopen van een product – in verschillende gedaantes – wat je niet eens nodig hebt. Namelijk: shampoo. Waarschijnlijk smeert u al sinds de peutertijd een goedje op uw hoofd, met de illusie dat je haar het nodig heeft. “Omdat u het waard bent.”

Oftewel, de slagzin van het immense cosmeticabedrijf L’oreal sinds 1973. L’oreal heeft zelfs op haar website een pagina geweid aan deze zin. Volgens het cosmeticaconcern is de zin vanuit een feministisch oogpunt geschreven, door Ilon Specht, met het idee dat deze zin het gedachtegoed vertegenwoordigd wat alle vrouwen in die tijd dachten: Ik ben het gewoonweg waard.

Uiteraard was dit de troefkaart bij uitstek om vrouwen er van te overtuigen dat het helemaal niet erg is om een duur product te kopen, volgepompt met siliconen, parabenen en sulfaten, want het is goed om zo’n investering voor jezelf te doen. Wellicht draagt het bij een het behalen van een examen, of het zelfvertrouwen voor een sollicitatie gesprek.

In ieder geval profiteert L’oreal er zelf behoorlijk van; Liliane Bettencourt – de enige erfgename van de oprichtster van het bedrijf – is de rijkste mevrouw van Frankrijk en Europa, en wordt geschat op een vermogen van 30 miljard.

En dit vermogen is niet alleen gecreëerd door de hoeveelheid soorten make-up, haarverzorgingsproducten en reguliere verzorgingsproducten voortkomend uit de productielijn van L’oreal zelf: het gaat veel verder.

L’oreal is inmiddels ook eigenaar van Garnier, Maybelline, Vichy, maar ook de luxere/professionele haarproducten die je voornamelijk in de kapperszaak zal tegenkomen: L’oreal Professionnel Kérastase, Redken en Matrix.

De slagzin “Omdat je het waard bent”, wordt bij deze high-end producten helemaal in het extreme getrokken: je bent in de illusie dat je een kappersproduct koopt, wat beter is dan de “gewone” L’oreal producten, en betaald hier dan ook heel wat meer geld voor. De realiteit is echter dat het uit dezelfde fabriek komt.

Helaas pindakaas voor L’oreal zijn vrouwen anno 2015 niet meer voor een gat te vangen: We zijn wel meer waard dan een illusie, en nemen dan ook geen genoegen meer met een normaal potje shampoo. Met de komst van de superfoods, bio-supermarkten en de glutenvrije kookboeken, willen we ook een goedje in ons haar smeren wat niet bol staat van de schadelijke stoffen.
De achtergrondartikelen op internet over bovengenoemde siliconen, sulfaten en parabenen in onze beautyproducten reizen de pan uit, en vrouwen willen nu toch wel echt een product wat gewoonweg bestaat uit ecologisch verantwoorde bestandsdelen.

L’oreal is niet bang om haar handen vuil te maken aan een goed in elkaar stekend marketingplan, wat de illusie schept dat je nu toch echt wel goed spul in je badkamerkastje hebt staan: Een compleet nieuwe lijn met paraben-free/sulfate-free/SLS-free producten was het antwoord van L’oreal op de behoefte van zijn consument.
Daarnaast brachten L’oreal Professionnel een ‘Nature’-collectie op de markt, voorzien van een EcoCert en COSMEBIO keurmerk, die nu toch echt wel moet garanderen dat de producten een inhoud hebben bestaand uit voornamelijk natuurlijke bestandsdelen. Want dat bent u na al die jaren toch echt wel waard.

Dit is het antwoord van L’oreal op duizenden soorten producten: een flesje shampoo, voorzien van 2 keurmerken, 100% natuurlijke parfum, zonder parabenen, kleurstoffen en siliconen. Vind je het bij de Albert Heijn? Dat niet.

Nu L’oreal het eindelijk begrepen heeft, is het toch wel verontrustend dat ze dit aanbod aan natuurlijke producten in gelimiteerde hoeveelheden aanbieden. Is het dan een hele klus om in een grote oplage de schappen te vullen met dit eerlijke goedje? Dat zijn we immers toch wel waard.

Deze keuze komt jammer genoeg voort uit een marketing tool die L’oreal toepast om via al haar beschikbare merken evenveel omzet te draaien: het reguliere L’oreal Paris focust zich op het aanbod in de supermarkt en/of drogisterijen. In zekere zin biedt L’oreal, met L’oreal Paris en Garnier, ook een lijn aan die voorzien is van producten zonder sulfaten en Parabenen, en voor een goedkopere prijs, zoals de EverPure collectie. Daar staat wel tegenover dat het product niet voorzien is van een keurmerk, en in tegenstelling tot het high-end product van L’oreal Professionnel, wél boordevol silliconen.

Echter ziet L’oreal al heel wat jaren een minor detail over het hoofd: Shampoo is een marketing tool wat in principe meer schade toebrengt aan het hoofd, dan dat het op lange termijn oplevert. Wereldwijd zijn er mensen die shampoo hebben gelaten voor wat het is en door het leven gaan met een ‘ongewassen’ hoofd. En het rare is, is dat het een weerzinwekkende reactie oplevert bij de meeste mensen. Echter raken steeds meer mensen overtuigd dat het grote nadeel van shampoo is, dat je natuurlijke oliën die je huid van zichzelf produceert, en die je bescherming tegen vuil garanderen, verwijderd door een het gebruiken van shampoo. Een lichamelijke reactie is dan ook dat je nog meer oliën zal gaan produceren, waardoor je je haar vaker gaat wassen. Het is een soort visieuze cirkel wat momenteel de shampoo-markt overeind houdt, maar daarentegen ook op steeds meer op losse groeven komt te staan.

Conclusie en gebruikte bronnen wil ik later nog toepassen, afhankelijk van het advies van Robin.

Standaard