Geen categorie

Een dubieus dagje

Vandaag was weer zo’n dagje met een heel groot vraagteken erboven. Een merkwaardig, dubieus dagje. En die beschrijving klinkt nog enigszins aandoenlijk, maar tegenstrijdig was het zeker.

Vandaag mocht ik mijn hyperjourney presenteren en dit was op zichzelf nog niet zo’n enorm big deal; op voorhand geklust aan de uitwerking van een van de toevoegingen voor de hyperjourney, plattegrond, visual, flowcharts gemaakt, voor de klas presenteren, en uiteindelijk een niet onverdienstelijke uitslag. Voor documentatie, onderzoek en beeldverzameling twee keer een 8 en eenmaal een 7, voor de hyperjourney een 7, 6, 8 en een 7. En toch voelt vandaag een beetje als een 3.

De feedback was op zich wel om over naar huis te schrijven: Mijn presentatie/hyperjourney ontbrak nog enigszins aan identiteit en continuïteit; ik mocht wel wat meer raakvlakken vinden met die van het museum en deze uitwerken in een pitch/product waarvan je de desbetreffende klant moet overtuigen. Got it. Het is het tweede kwartaal, de cijfers zijn oké, en het begin van mijn illustratie-carrière staat nog in de kinderschoenen. No biggy.

Het waren echter de woorden van de docenten waardoor ik niet zeker wist of ik wel op mijn plek zat. Er werd gesproken van een passieve houden binnen de groep, weinig vraag naar expertise van de docenten en dat een aantal van de studenten achter de feiten aanliepen. Wederom kwam die joekel van een vraagteken weer boven mijn bolletje uitgetorend, maar ik was niet de enige. Iedereen zat met een verwarde uitdrukking op hen gezicht voor zich uit te staren. Ik ging de kritiek op mezelf betrekken: Ben ik er wel genoeg? Ik meen van wel. Heb ik wel alles eruit gehaald? Honderd proces is wellicht wat overmoedig, maar ik heb niet de kantjes eraf gelopen. En dit is een eigenschap die ergens diep in mijn schuilt en ik graag op die plek wil houden binnen deze opleiding. Schouders eronder.

Wat was het dan, voor mij? Ik heb toch regelmatig met mijn schetsboek en concept praatje tegenover Eelco, Frans, Idris, Robert gezeten, die vervolgens toestemmend knikte en hier en daar een technische tip of idee gaven. En toch blijft mijn ontwerp – zowel voor de Presentatie hyperjourney als de animatie – op een 6/7 steken. Dat is niet leuk, want ontwerp is toch wel hetgeen wat een illustrator kenmerkt. Dat gedeelte steekt.

Goed, op de terugweg naar huis was ik al aan het in calculeren hoe ik dit voor het komende kwartaal beter zou kunnen invullen. En erover te schrijven. Ook al wordt de blog niet meer meegenomen in de beoordeling, met mijn schrijfachtergrond is het toch wel fijn om wat conclusies van vandaag op papier te knallen.

Met een dubbel gevoel van de hele dag checkte ik nog even mijn mail. Een bericht terug van mijn keuzevak-docent; Patricia Kaersenhout. Een intrigerende kunstenares, die op de academie het keuzevak Global Art geeft. En wat was dat – desondanks de controversiële beelden en openbaringen wat betreft slavernij en kolonialisme – een prettige les. Voor de eindopdracht moesten over een ontwikkeling binnen de maatschappij een ritueel en/of object maken. Ik koos voor het onderstaande object. Het thema voor mijn onderwerp was ‘Black Sells.’ Onder het beeld vind je de bijbehorende essay:


Schermafbeelding 2015-01-30 om 16.06.42

Everybody wants to be black, but nobody wants to be black,” een uitspraak van Paul Mooney uit 2011 in de David Chapelle Show. Marketingbureaus kiezen tegenwoordig strategisch voor een zwart persoon die een bepaald merk vertegenwoordigd en met succes: Steeds meer jongeren nemen het taalgebruik, de kleding enzovoorts van andere culturen over. En hier is uiteraard niets mis mee; in tegendeel! Het delen en bestuderen van gewoontes uit iemands cultuur is een verrijking de samenleving – althans – wanneer er sprake is van wederzijds respect. En dit ontbreekt nog wel eens.

“The black is the most copied man on this earth today,” vervolgt Paul Mooney in zijn item voor David Chapelle Show. Heeft het zwart zijn zich inmiddels dan verplaatst naar een imago? Een jas die blanken het liefst aantrekken, maar wanneer het er echt op aankomt, het liefst weer uit doen? Ik vraag het me af. Dat verklaart ook mijn keus voor dit object/ritueel: het is een spray/mist die je kan toepassen, maar ook zo weer kan vervagen: Acting Black.

White Privilege

“Ik veroordeel mensen niet op kleur, maar op karakter,” is een uitspraak die je veelvuldig hoort bij mensen die zich volledig van het racisme willen distantiëren. De keerzijde van de medaille: De realiteit die je niet wilt zien.
Het marketinggedeelte focust zich op blackness, met alle bijbehorende economische voordelen, maar het moraal staat nog in de weg. Vertegenwoordigd de zwarte (bekende) persoon in deze advertenties, videoclips, tv-programma’s ook de gewone man?
Iggy Azeala is hier wellicht een goed voorbeeld van. Toen de ‘female rapper’ een foto online plaatste met ‘Me and ma nigga’s <3’, gefotografeerd met mede-rappers Drake en T.I., ontplofte er een bom op Twitter. Het zo aangename imago van ‘Ghetto Fabulous’ wat op MTV zo goed verkoopt, was geen weerspiegeling van hoe de mensheid zich daadwerkelijk voelt: Iggy werd overspoelt door berichten die haar voor racist uitmaakte. Terwijl ze juist het tegenovergestelde wilde vertegenwoordigen.

Black sells
Dus het zwarte imago wat zo goed verkoopt in de advertising/muziek/televisie-industrie gaat gepaard met het privilege van de blanke om stereotypes te exposeren of op te leggen. Natuurlijk kan de muziek in eerste instantie gewaardeerd worden, maar de commerciële belangen van een grote multinational achter de productie vertegenwoordigd niet de realistische positie van beiden partijen in de maatschappij. Met als gevolg: woede.
In een interview met Rolling Stones zei Katy Perry (popicoon), het volgende over het toepassen van andere culturen in de muziek-industrie:

“Can’t you appreciate a culture? I guess, like, everybody has to stay in their lane? I don’t know. I guess I’ll just stick to baseball and hot dogs and that’s it … If there was an inkling of anything bad, then it wouldn’t be there, because I’m very sensitive to people.” Oftewel: “Ik kan dit zeggen, want ik ben blank en het beïnvloed mij niet.”

Iedereen is dus content met het vertegenwoordigen van een stereotypering, maar wanneer het aankomt op het kwetsen van de daadwerkelijk gedupeerden, distantieert men zich hiervan. “Everybody wants to be black, but nobody wants to be black.”


Vervolgens kreeg ik van mijn docent over dit artikel de volgende feedback:

Hoi Laura,

Ik heb zo ongeveer 10 meter de lucht in gesprongen toen ik jouw paper las. Heel scherp en to the point. Ik ben benieuwd hoe je het ritueel in de praktijk wil uitvoeren, hoe gaat het eruit zien? en op welke plekken? Kun je dit nog aan mij mailen? Misschien kan ik je helpen om dit echt uit te voeren.
Je was een fijne student om in de klas te hebben. Dank je wel voor je input.
Veel succes met je studie.
Je cijfer vind je volgende week in Osiris
Warme groet,
Patricia
Wellicht is wel een conclusie van beiden ontwikkelingen dat een cultureel aspect binnen de maatschappij toepassen in een object en/of tekst wel meer in mijn straatje ligt. Met deze conclusie kijk ik dan ook uit naar het derde kwartaal: Hier ga ik mij verdiepen in de afdeling ‘Lifestyle’; deze afdeling focust zich op ontwikkelingen in de maatschappij, en hoe deze vertaalt kunnen worden naar kunst/fotografie e.d. in de media. Maar nu eerst een verdiend weekend!
Standaard